Jakobus 1:19-27: "[19] Zo dan, mijn geliefde broeders, ieder mens moet haastig zijn om te horen, maar traag om te spreken en traag tot toorn. [20] De toorn van een man brengt immers geen gerechtigheid voor God teweeg. [21] Leg daarom af alle vuilheid en elke uitwas van slechtheid en ontvang met zachtmoedigheid het in u geplante Woord, dat uw zielen zalig kan maken. [22] En wees daders van het Woord en niet alleen hoorders. Anders bedriegt u uzelf. [23] Als iemand immers een hoorder van het Woord is en geen dader, lijkt hij op een man die het gezicht waarmee hij geboren is, in een spiegel bekijkt, [24] want hij heeft zichzelf bekeken, is weggegaan en is meteen vergeten hoe hij eruitzag. [25] Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtige hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet. [26] Als iemand onder u denkt dat hij godsdienstig is, en hij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, dan is zijn godsdienst zinloos. [27] De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld."
De brief van Jakobus is een kleine, maar belangrijke brief in het Nieuwe Testament. Zoals de naam al aangeeft is deze brief geschreven door Jakobus, de broer van de Heere Jezus en leider van de gemeente in Jeruzalem.
Het belangrijkste thema van Jakobus is: je geloof in praktijk brengen. Geloven blijft niet bij horen, maar wordt zichtbaar in de daden. Ook het gedeelte van vandaag gaat over de daden van een gelovige.
Jakobus roept ons op om "haastig [te zijn] om te horen, maar traag om te spreken en traag tot toorn." Jakobus bedoelt het geduldig luisteren naar andere mensen. Vandaar de oproep die volgt om langzaam te zijn tot spreken, en niet te vlug tekeer te gaan tegen anderen.
De toorn van een mens brengt niet de gerechtigheid van God teweeg, maar gaat in tegen het gebod van naastenliefde. Hoe ga je met de ander om als je boos bent? Zelfs al is dat terecht? Wordt je dan boos omdat er slecht met jou om wordt gegaan, of wordt je boos omdat het tegen de eer van God ingaat?
Omdat de toorn de gerechtigheid niet teweegbrengt, daarom moeten we alle vuilheid en slechtheid afleggen en het Woord ontvangen dat ons is verteld. Jakobus gebruikt hier het woord ‘geplant’. Het Woord, dat onze zielen zalig kan maken oftewel ons kan redden, is in de gemeente geplant. Het Evangelie heeft wortel geschoten. Of het ook vrucht draagt, hangt er onder andere vanaf hoe de gemeente, en ook jij en ik, het ontvangen.
Jakobus roept jou en mij op om daders te zijn van het Woord, en niet alleen hoorders. De schrijver maakt een vergelijking en zegt: “Iemand die het woord hoort maar er niets mee doet, lijkt op iemand die heel eventjes in een spiegel naar zijn gezicht kijkt, en daarna is vergeten hoe hij eruit ziet.” Als je eventjes vlug in een spiegel kijkt, is het te kort om te kijken of je haar goed zit en of je kleding netjes is. Je hebt het helemaal niet in de gaten, je kijkt voor niets in de spiegel. Het is de bedoeling dat je goed kijkt of alles goed zit. Zie je er goed uit?
Als iemand maar heel even kijkt in de spiegel van Gods Woord, als iemand alleen maar luistert naar het woord van God, maar er vervolgens niets mee doet, die ziet niet hoe slecht het met hem gesteld is. Het is de bedoeling dat je goed gaat kijken of alles goed zit.
Het is de bedoeling dat je bekijkt of alles goed zit tussen jou en God. Als dat niet zo is, moet je er wat aan gaan veranderen.
Degene die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtige hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet. Het is een “volmaakte wet” omdat het je helemaal wil laten leven zoals God dat wil, gericht op Hem. Jakobus plaatst hier het verdiepen tegenover het vluchtige kijken. Het verdiepen hier betekent letterlijk ‘zich voorover buigen’, namelijk om iets goed te kunnen zien en in zich te kunnen opnemen. Hij roept daarmee het beeld op van de vrome jood, die zich voorover buigt over de thora om die heel aandachtig te kunnen bestuderen. Zo moeten zijn lezers zich verdiepen in het Woord.
In de afsluiting van dit gedeelte wijst Jakobus nog een keer terug op het gedeelte uit vers 19 over ‘traag tot spreken’. Als iemand van de gemeente denkt dat hij godsdienstig is, maar zijn tong niet in toom houdt en zichzelf daardoor misleidt, dan is zijn geloof zinloos.
Het gedeelte over gehoorzaamheid sluit af met twee kenmerken van iemand die een zuivere en onbevlekte godsdienst heeft, dat wil zeggen: van iemand die het woord ‘doet’. Ten eerste toont hij barmhartigheid en liefde voor de verdrukten. Wezen en weduwen zijn hier een voorbeeld van. Ten tweede blijft iemand die het woord ‘doet’ onbesmet van de wereld. Als men zich van de besmetting van deze wereld weet vrij te houden, dan is dat een bewijs van een zuivere en onbevlekte vroomheid.
Hoe luister jij naar het Woord? Zit je er een beetje bij en wacht je tot de preek voorbij is, of doe je onderzoek naar jezelf? Ben jij als iemand die snel in een spiegel kijkt en vergeet hoe hij eruitziet, of ben jij juist iemand die in actie komt, en God wil volgen in alles wat hij doet?