Lukas 22:54-62: "[54] En zij namen Hem gevangen en voerden Hem weg en brachten Hem in het huis van de hogepriester. En Petrus volgde op een afstand [55] En toen zij een vuur aangestoken hadden midden op de binnenplaats, en zij samen daaromheen waren gaan zitten, ging Petrus in hun midden zitten. [56] En een zeker dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten en zei, met haar ogen op hem gericht: Ook hij was bij Hem. [57] Maar hij verloochende Hem en zei: Vrouw, ik ken Hem niet. [58] En kort daarna zag een ander hem en zei: Ook u bent een van hen. Maar Petrus zei: Mens, dat ben ik niet. [59] En ongeveer een uur later bevestigde een ander met stelligheid: Het is werkelijk waar, ook hij was bij Hem, want hij is ook een Galileeër. [60] Maar Petrus zei: Mens, ik weet niet wat u zegt. En onmiddellijk, terwijl hij nog sprak, kraaide de haan. [61] En de Heere keerde Zich om en keek Petrus aan. En Petrus herinnerde zich het woord van de Heere, hoe Hij tegen hem gezegd had: Voordat de haan gekraaid zal hebben, zult u Mij driemaal verloochend hebben. [62] En Petrus ging naar buiten en huilde bitter."
Jezus is gevangen genomen. Samen met Zijn discipelen was Hij in Gethsemane toen Judas met een groep soldaten Hem kwam ophalen. Petrus wilde het voor Jezus opnemen. Hij trok zijn zwaard en sloeg het oor van een knecht van de hogepriester eraf.
Jezus wilde dit niet. Hij genas de knecht en liet Zich meenemen. Jezus wilde mee. Hij wist dat dit nodig was om ons te kunnen redden. Hij wist dat Hij moest sterven.
Maar Petrus wilde zijn Meester niet laten gaan. Samen met een andere discipel is hij achter Jezus aangegaan. Niet dichtbij, maar op grote afstand. De discipelen die eerst zo dicht bij Jezus wilden zijn, worden bang.
Als Petrus in het huis van de hogepriester is aangekomen, gaat hij tussen een groep mensen zitten. Het zijn dienaren van de hogepriester. Een dienstmeisje ziet Petrus en terwijl ze hem aankijkt zegt ze tegen de mensen om haar heen: “Ook hij was bij Hem.”
Petrus ontkent het. Hij zegt: “Vrouw, ik ken Hem niet”. Dit is de eerste keer dat Petrus Jezus verloochent.
Even later zegt ook een andere knecht dat Petrus één van de volgelingen van Jezus is. Opnieuw liegt Petrus. Hij zegt dat hij Jezus niet kent. De tweede verloochening.
Ongeveer een uur later weet een knecht het zeker: deze Petrus hoorde ook bij Jezus. De knecht herkent aan het dialect dat Petrus een Galileeër is, net als andere discipelen van Jezus. De evangelist Johannes vertelt ons dat deze knecht Petrus ook in de hof van Gethsemane heeft gezien.
Dat maakt het extra moeilijk voor Petrus. Hij zegt nog een keer dat hij Jezus niet kent. Hij begint te vloeken en te zweren. Ja, God mag getuige zijn! Petrus kent deze Jezus niet. Petrus is nog niet klaar met zijn verhaal, als hij het geluid hoort.
Een haan. Een kraaiende haan. Petrus kijkt naar Jezus, en ziet dat de Zaligmaker hem al aankijkt. Jezus weet wat Petrus meemaakt. Jezus weet van de leugens. Ja, ondanks dat Petrus Hem verloochent, geeft de Zaligmaker nog steeds om deze discipel. Jezus zoekt contact.
Petrus herinnerd de woorden van Jezus: “Voordat de haan gekraaid zal hebben, zul je Mij driemaal verloochend hebben.” Hij huilt. De bange discipel beseft wat hij heeft gedaan.
Drie keer zei Petrus dat hij Jezus niet kende. Drie keer kreeg hij de kans om te vertellen over de wonderen die Jezus had gedaan. En drie keer vertelde hij dat hij Jezus niet kon. Hoe vaak krijg jij de kans?
Hoe vaak krijg jij de kans om mensen te vertellen over Jezus? En doe je dat dan ook? Of ben je bang, net als Petrus? Hou je liever je mond, omdat je bang bent dat ze je anders niet meer mogen?
Doe je mond dan open. Vertel de mensen over Jezus. Wees niet bang. Jezus weet wat er gebeurt, Hij ziet wat je meemaakt en Hij wil je helpen. Zoals Hij Petrus aankeek, kijkt Hij ook naar jou.
Na Zijn opstanding is Jezus naar Petrus toegegaan. Hij heeft de discipel vergeven. Jezus vroeg aan Petrus of die Hem liefhad. Weet je hoeveel keer? Drie. Zo vaak als Petrus loog, zo vaak komt Jezus naar hem toe met de vraag: “Hou je van Mij?” Opnieuw kreeg Petrus drie keer een vraag. En Petrus zei: “Heere, U weet alle dingen, U weet dat ik van U houd.”
De vraag klinkt ook voor jou: ken jij Jezus? Hij roept je. Hij weet wie je bent, en Hij weet alle dingen die je hebt gedaan. De goede, maar ook de slechte. Hij wil je helpen. Hij houdt van je.
Als je Hem nog niet kent, ga dan vanavond nog naar Hem toe. Buig je knieën en vraag aan Hem om hulp. Hij heeft het beste met je voor. Petrus werd vergeven, ook voor jou is er die kans.