Genesis 2:18, 20-23: "[18] Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem." "[20] Zo gaf Adam namen aan al het vee en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren van het veld; maar voor de mens vond hij geen hulp als iemand tegenover hem. [21] Toen liet de HEERE God een diepe slaap op Adam vallen, zodat hij in slaap viel; en Hij nam een van zijn ribben en sloot de plaats ervan toe met vlees. [22] En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam. [23] Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen."
De meditatie van vandaag gaat over het eerste huwelijk van de Bijbel. Een van de bijzonderste momenten uit de Bijbel, vind ik zelf. God maakt zijn schepping compleet. Het gevaar aan Genesis is dat we het al zo vaak gelezen hebben, dat we oppervlakkig heen lezen over de rijk inhoudelijke tekst. Laten we vandaag dus even wat dieper induiken op dit gedeelte over de schepping van de vrouw.
Stel je eens voor. Adam, de mens, kijkt naar alle dieren. Hij ziet een mannetjes giraffe met een vrouwtjes giraffe lopen. Een mannetjes nijlpaard met een vrouwtjes nijlpaard. Maar zelf was hij alleen. Misschien moest dit wel erg lastig zijn geweest voor Adam. Maar we lezen niet dat Adam tegen God rebelleert en zegt: “Hé, dit is echt oneerlijk, waar is mijn partner?” Nee, God komt zelf al in actie. Hij zegt: “Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem.”
Nu even over het woord ‘hulp’. Waar moet jij aan denken bij het woord hulp? Een hulpje van de juf of meester? Of een stageloper bij de bouwmarkt? Als je dat denkt, heb je het echt bij het verkeerde eind. Het Nederlandse woord dat hier wordt gebruikt, is eigenlijk te zwak en doet onvoldoende recht aan de diepere betekenis en kracht van het oorspronkelijke Hebreeuwse woord genaamd ‘ezer’. We zien dit woord vaker terugkomen in de Bijbel. Bijvoorbeeld in Psalm 33 vers 20: “Onze ziel verwacht de HEERE, Hij is onze hulp en ons schild.”
Dit verandert hoe we naar het woord ‘hulp’ moeten kijken. Het betekent dus niet iemand van een lagere of ondergeschikte waarde. Nee, de hulp van de vrouw is van wezenlijk en noodzakelijk belang. God heeft een ‘ezer’ aan de man gegeven omdat de man iets ontbreekt dat God via de vrouw wil voorzien. Dit leert ons dat we als christen niet mee moeten gaan in de manosfeer-cultuur, waarin denigrerend over de vrouw wordt gesproken. Dat is volstrekt niet Bijbels.
Het tweede wat dit gedeelte ons zegt is dat God de mens een “hulp tegenover hem” geeft. Het Hebreeuwse woord dat hiervoor gebruikt wordt is ‘Ezer kenegdo’. Kenegdo geeft iets weer van iemand die je tegenhanger is. Het geeft een soort 'face-to-face'-idee, waar de een de ander scherp in het oog houdt, en zelfs de ander corrigeert of in liefde terechtwijst.
De joodse rabbijn Rashi verklaart de tekst als volgt: “Als hij het waard is, is zij een hulp (ezer). Als hij het niet waard is, staat zij tegenover hem (kenegdo) om te strijden of hem tegen te spreken.”
Wanneer God uiteindelijk de vrouw naar Adam brengt, zien we dat er bij Adam een soort gedicht naar boven komt: “Been van mijn beenderen, vlees van mijn vlees!” Het is een soort lied waarin Adam zijn hele wezen “Eindelijk” zegt. Adam voelt zich compleet.
Om het nu even persoonlijk te maken. Als jij op zoek bent naar een kalletjen, bid je dan God of Hij je daarin wil helpen? Ben je op zoek naar iemand die de Heere Jezus ook echt kent? Iemand die jou ook echt een mooier mens kan maken? Of ben je alleen maar op zoek naar iemand die knap is of veel geld in zijn portemonnee heeft? Laat dit Bijbelgedeelte je dan aansporen om er met een andere bril naar te kijken. Om te zien hoe God het in Zijn volmaakte Wijsheid bedoeld heeft.